We weten allemaal dat er letterlijk honderden kleine dingen zijn die moeten worden gedaan of onthouden bij elke foto, die samen optellen tot de finale opname. Soms als we achter de camera staan en het licht wordt geweldig, is het heel gemakkelijk om een of twee dingen te vergeten en het resultaat is dat de opname niet zo goed is als het had kunnen zijn. Er zijn veel details te herinneren, maar vaak worden een voor de hand liggende dingen vergeten. Dit zijn de meest voorkomende fouten die ik zie in veel landschapsfoto’s. Als ze werden gecorrigeerd ten tijde van het maken, zou het beeld veel dramatischer en krachtiger zijn.
1. Stabiliteit – gebruikmaken van een statief
In creatieve beelden kan onscherpte zeer interessant. In landschapsbeelden wiltje echter meestal dat uw afbeelding volledig scherp is. De beste manier om er zeker van te zijn dat uw beeld scherp is, is om een statief te gebruiken. Als u opnamen maakt bij weinig licht (wat vaak het geval is bij het fotograferen van landschappen) dan heb je absoluut hulp nodig van een statief.
Nu zijn er statieven en er zijn statieven. Voor landschapsfotografie zou u het liefst willen investeren in een stevig en zwaar model. De kleine lichtgewicht statieven zijn ook prima, maar als je op een winderige locatie staat en je statief wordt omver geblazen, dan ben je verder van huis. Een goed statief zal ook een lange tijd meegaan en kan tegen een stootje, dus koop het beste statief dat je je kunt veroorloven en zorg ervoor dat u uw camera zo stil mogelijk houdt tijdens het fotograferen.
Een andere goede investering is een draadontspanner. U hoeft niet meteen naar een van de dure exemplaren met de intervalmeter te grijpen, een gewone simpele draadontspanner is meer dan voldoende. Zodra u klaar bent om uw foto te nemen, doe dan een stap terug van de camera en druk op de knop. Er zal geen trilling van jezelf zijn tijdens het indrukken van de ontspanknop en de afbeelding zal mooi en scherp zijn. Als je niet beschikt over een draadontspanner, zou je de ingebouwde zelfontspanner kunnen gebruiken om de sluiter af te laten gaan.
2. Hou de horizon recht
Dit gaat bijna hand in hand met behulp van een statief. Veel goede landschapsfoto’s zijn verpest door een scheve horizon. Gelukkig kan eenvoudig worden hersteld in Photoshop of Lightroom, dus het is niet een hele grote zorg, maar je zou maar een aantal details uit de lucht wegsnijden tijdens het rechtzetten van de horizon. Het idee is om de foto recht in de camera te krijgen en daarna te bewerken.
Er zijn een paar verschillende instrumenten te gebruiken om ervoor te zorgen dat de horizon recht is. Ten eerste zet je de grid aan in de camera zoeker en zet je de horizon gelijk met de horizontale lijn. Dan zit je altijd goed. Sommige statiefkoppen hebben een ingebouwde waterpas, zorg ervoor dat dit recht staat en je horizon moet wel goed zijn. Ten slotte kun je de kunstmatige horizon op je live view-functie gebruiken, als je die hebt.
3. Alleen schieten in landschapsformaat
Veel fotografen veronderstellen dat zij een landschap scène in landschapsformaat (dus horizontaal) moet schieten. Dit is normaal gesproken geen slecht idee, maar in sommige gevallen kan staand (verticaal) heel goed te werken. Denk aan een bos of berg scène. Als het onderwerp meer een verticale dan horizontale vorm heeft, probeer de foto dan eens in het staand formaat, dat kan de dynamische uitstraling van de foto zeer verhogen.
4. Niet nadenken over het diafragma
Ik geloof echt dat het diafragma een compositie tool is. Wanneer je de compositie bepaald, moet je nadenken over je scherptediepte. Wilt je alles van de voorgrond naar de achtergrond scherp hebben? In het algemeen wordt deze vraag in landschapsfotografie positief beantwoord. Als dat is wat je wilt, zorg ervoor dat je diafragma f/8, f/11 of hoger is. Op die manier wordt alles scherp in beeld. Als je bij f2.8 blijft en er wordt gefocussed op de voorgrond, zal de achtergrond onscherp en het midden van je scene zacht zijn. Dit moet een van uw belangrijkste controlepunten zijn wanneer de compositie bepaald wordt. Als je gebruik maakt van een groot diafragma en de bergen in de verte zijn onscherp, kan dit niet achteraf gecorrigeerd worden in Photoshop, in ieder geval nog niet!
5. Fotograferen met landschap-modus van de camera
Je hebt waarschijnlijk een landschap instelling in de scènemodi van de camera.. Gebruik deze vooral niet! Waarom? deze stand zal de belichting van uw compositie zelden goed inschatten. Wat het zal doen is je diafragma tot f/8 of zelfs f/11 instellen, maar het kan niet de scène zo effectief inschatten als je zelf zou kunnen doen met behulp van handmatige instellingen. De scène-instellingen zijn ontworpen om te werken binnen bepaalde parameters en in omstandigheden met weinig licht zijn ze niet altijd de beste keuze. Probeer je landschappen te fotograferen op de (semi-)handmatige instellingen voor zover mogelijk, dat betekent dat je de controle hebt over ISO, sluitertijd en diafragma.
6. Fotograferen in groepen
Als je met een groep fotografen op de top van een heuvel staat, is het misschien een goed idee om ergens anders te gaan staan. Dit wil niet zeggen dat andere fotografen het verkeerd hebben, maar je komt wel thuis met andere afbeeldingen dan de anderen. Soms is de beste compositie of uitkijkpunt op een bepaalde plek en is het prima om een foto van daar te maken, maar zoeken naar andere plekken om een geweldige foto te krijgen is vaak beter. Het is een ook goed idee om een gebied te verkennen voordat je het fotografeert. Doe een wandeling de dag ervoor, kijk waar de zon zal staan en beslis dan alvast over je positie. Als je de foto neemt waar anderen staan, zul je niet snel met unieke foto’s terugkomen.
7. Oninteressante negatieve ruimte
Negatieve ruimte is de ruimte die je onderwerp omringt. Deze ruimte kan een foto echt maken of breken, en daarmee je imago. In de meeste gevallen is de hemel de negatieve ruimte in een landschap. Een heldere blauwe lucht ziet er geweldig uit, maar enkele zachte wolken kunnen de scene een stuk dramatischer maken. Als de hemel geen wolken bevat, kan dit de compositie een stuk oninteressanter maken.
Als dit het geval is, maak de lucht een kleiner deel van de afbeelding. Als er een fantastische wolken te zien zijn, geef deze dan meer ruimte in je compositie. Soms heb je geen keus, ken heb je alleen dit moment. In dat geval moet je het doen met wat je kunt krijgen. Is deze beperking een probleem, probeer het dan op een andere avond, wanneer er wat wolken aan de hemel zijn. Wolken geven de hemel detail, ze weerspiegelen het zonlicht, en kan geel oranje lijken tegen een blauwe hemel. Dit zorgt voor een veel interessantere compositie.
8. Geen duidelijke onderwerp
Het klinkt gek, maar het is heel gemakkelijk om een onduidelijke onderwerp in landschapsfotografie hebben. De meeste landschapsfoto’s worden gemaakt van een natuurlijke omgeving, zoals bergen, bos, rivieren, zeegezichten, woestijnen, enzovoorts. Welke soort het ook is, zorg ervoor dat het voor de kijker duidelijk is.
Als je een bergachtig compositie fotografeert, zorg ervoor dat je met een lens werkt die voor deze compositie te gebruiken is. Landschapsfotografen zijn geneigd te denken dat elk beeld moet worden genomen met de groothoeklens. Soms kan dit leiden tot een klein en onbeduidend bergketen op de achtergrond. Zorg ervoor dat de kijker weet waar ze naar moeten kijken en laat hun ogen de schoonheid volgen die het onderwerp omringt. Neem het onderwerp zo dicht mogelijk en als het niet dicht genoeg is, moet je misschien een andere lens gebruiken om dichterbij te komen. Een 50mm lens kan worden gebruikt in de landschapsfotografie, net zoals een 200mm lens, het hangt allemaal af van wat je wilt dat de kijker ziet.
De volgende keer dat je van plan bent om een landschap te fotograferen, denk dan nog eens aan deze punten en zie hoe het werkt voor je. Je zul je meer bewust worden en weloverwogen je compositie en belichting bepalen, en dat zal onmiddellijk zorgen voor verbetering van je foto’s!
Deze blog is op 10 oktober 2015 gepubliceerd op fotoclub.nl

