
Gastblogger Vincent is weer terug met een nieuwe blog over analoge fotografie. Dit keer verteld hij over over de zonnige 16 regel.
Ik heb even niets gepost. Maar dat betekent niet dat ik ben gestopt met het 35mm project. Sterker nog ik heb veel geleerd sinds februari 2018. Dat kwam door uitproberen, ontdekken, het geleerde toepassen en vooral veel oefenen. En, natuurlijk, door wat nieuwe upgrades, maar daarover later meer.
Het leek me leuk om met behulp van diverse foto’s jullie mee te nemen in mijn groeiproces. In de eerste paar foto’s staat mijn worsteling centraal met monochrome foto’s. Want film is uitermate geschikt voor mooie zwart wit foto’s, toch?? Ja, dat klopt… maar waarom zien die foto’s er van mij dan zo grauw en grijs uit?!? Herkenbaar? Laat ik dan proberen met een paar foto’s duidelijk te maken wat ik geleerd heb om meer contrast, maar vooral leven, in mijn foto’s te krijgen.
Het start met: de juiste belichting.
Let op: hier volgt een eye opener. De belichting van bovenstaande foto is vooraf thuis bepaald. Dit als onderdeel van mijn oefening om de zonnige 16 regel (sunny 16 rule) onder de knie te krijgen. De eye opener: de belichting wordt niet bepaald door je onderwerp, maar door de keuze van je ISO en het weer buiten. Twee zaken die je prima thuis kunt vaststellen.
Dus zit je te fröbelen met je spotmeter, of heb je er überhaupt geen: kijk op je doosje, kijk vervolgens omhoog en gebruik de zonnige 16 regel.
De sunny 16 regel stelt dat op een zonnige dag een foto juist belicht is bij een diafragma opening van f16 en bij een sluitertijd van 1/ISO. Dus bij een rolletje van 100 ISO is de sluitertijd 1/100ste seconde of afgerond naar de dichtstbijzijnde stop 1/125ste. Bij een (wit) wolkendek F8. En zo loop je onderstaande tabel door. De sluitertijd staat al die tijd (net als je ISO) vast. Even voor de duidelijkheid: het laatste icoon betekent zonsondergang.
Maar wat nu als het bewolkt is en je toch een diafragma van F16 wilt gebruiken?
Hiervoor moet je eerst iets weten over stops. Want het aanpassen van de belichting aan de condities gaat in stops. En één stop is voor een diafragma anders dan bij ISO. In onderstaande opsomming betekent 1 stap naar rechts 1 stop meer licht.
- Diafragma = f16, f11, f8, f5,6, f4, f2.8, f1.8
- ISO = ISO100, IS0200, ISO400, ISO800, ISO1600
- Sluitertijd = 1/20000, 1/1000, 1/500, 1/250, 1/125,1/60, 1/30
Dus in bovenstaande voorbeeld betekent het aanpassen van de diafragma van F8 naar F16 een verschuiving van 2 stops naar links. Om dit te compenseren moet de sluitertijd met twee stops naar rechts. Dus van 1/125ste naar 1/30ste. Dit is ongeveer 4 keer zo langzaam. Dat klopt want ook het diafragma is 4 keer zo klein geworden. Kortom 1 stop betekent een verdubbeling of halvering van je tijd, ISO en/of diafragma.
Om mijn oog te oefenen in de zonnige 16 regel kijk ik vaak omhoog en schat de diafragma grootte in. Vervolgens maak ik foto op de M stand en controleer of deze goed is belicht.
Daarna doe ik een tweede oefening. Ik maak weer een foto maar nu op de manier hoe ik altijd foto’s neem. En vergelijk de instellingen en resultaat met mijn de foto van de eerste oefening.
Bovenstaande oefeningen hebben mij geleerd dat de zonnige 16 regel werkt, maar dat ik vaak de situatie nog te licht inschat. Verder vind ik iets overbelichtte foto’s mooier. Daarom ga ik persoonlijk altijd voor één stop meer en gebruik ik een sunny 11 regel.
Hoewel mijn foto’s steeds beter waren belicht, bleven ze grijs. Lees in mijn volgende blog hoe ik dit probleem heb aangepakt.
Veel succes met de oefeningen. En laat me maar weten via een comment of het is gelukt!

