Gastblogger Vincent neemt je mee in de wereld van analoge fotografie. Deze keer over dia’s.

“Ik maak geen foto’s. Ik maak dia’s.” vertelde de man mij toen hij zijn camera aan mij verkocht. “Waarom dia’s?” dacht ik nog. “als er iets oubollig is, dan toch wel dia’s?”
Pffff, wat bleek die inschatting verkeerd te zijn! Na mijn eerste rol Fuji Velvia 100 was ik verkocht. Eindelijk had ik de sprankelende rijke kleuren die ik zocht. Oubollig? Dia’s bleken springlevend te zijn. Maar trickie in gebruik. lees hieronder meer.
Allereerst moet je weten dat dia’s ook wel kleur positief worden genoemd. In tegenstelling tot negatieven zijn de kleuren bij een dia direct te zien. Houdt maar een kleuren negatief en een dia tegen het licht, en dan zie je wat ik bedoel. Dat is dan ook gelijk de kracht en het nadeel van als je een dia gaat scannen. Want waar je met een negatief tijdens het scannen de belichting nog kan manipuleren “pushen” of “tegenhouden” om schaduwen op te halen bijvoorbeeld is dit met een dia nauwelijks mogelijk. Deze verliest dan direct zijn glans. Daar tegenover staat dat je een dia mooi verzadigde kleuren geeft, die je op een hogere resolutie kunt scannen. En wat wil een landschapsfotograaf… juist.
Dus al met al is een dia nog zo gek nog niet. En je ziet daarom dat een dia door veel professionele fotografen wordt gebruikt en aanbevolen. De Velvia 50 spant daarbij de kroon. De reden is wel te zien in bovenstaande foto. De kleuren rood, geel, oranje springen je tegemoet. Een heerlijke film dus voor macro fotografie, zonsondergangen en andere gelegenheden waar heftige kleuren gevraagd worden. Toch kan ik niet zeggen dat ze overdreven zijn of afwijken van de werkelijkheid. Maar waar deze kleuren werken voor landschappen, werken ze niet bij portretten of dierenfotografie. Dan zou ik ze thuis laten en een rolletje Kodak Porta 160 meenemen.
Het nadeel is wel dat Velvia 50 een iso 50 film betreft, dus nauwelijks bruikbaar bij weinig licht of je moet veel geduld hebben of flits gebruiken. De fuji Velvia 100 of Kodak Ektachrome (niet te verwarren met Ektar, zijn negatieve broertje) kunnen hier beter voor gebruikt worden. Verder moet je oppassen met te hoge contrasten. Het dynamische bereik van een dia is veel kleiner dan die van een negatief. Zeker van een zwart/wit negatief. Dat komt omdat je deze niet kunt manipuleren bij het scannen zoals eerder vermeld. Dus kies je compositie zo dat je grote contrasten vermijd, of verminderd door gebruik van filters. En let op je belichting, die moet spot on zijn. Anders krijg je al snel blauwe zwemen over je dia, wat fletsere kleuren of dicht gelopen schaduwen.
Ok, je moet dus op je belichting letten en contrasten. Je kunt een dia niet overal voor gebruiken omdat hij “overdreven” verzadigde kleuren heeft… kortom.. Waarom dan toch deze lofzang? Dan kom ik toch weer op bovenstaande foto terecht. Zo uit de camera. Probeer dat maar eens met een digitale camera. Het vergt misschien iets meer nadenken, uitmeten en voorbereiding aan de voorkant. Maar de beloning is des te groter
oh ja. vergeet tijdens het inleveren niet te vermelden dat het om een DIA gaat. Deze worden niet via het C41 proces ontwikkelt. En dat je deze Niet in een frame wilt hebben. Anders krijg je een positief terug met vreemde kleuren waarvoor je te veel hebt betaald, omdat je het frame toch niet gaat gebruiken.
Ik ben benieuwd of je na deze loftrompet ook de overstap maakt naar dia’s. Laat het me maar in de comments weten..

