Licht is er in vele soorten en kleuren, zeker in de buitenlucht. Als landschapsfotograaf ben je letterlijk afhankelijk van het licht van de natuur; immers, zonder mooi licht is zelfs de mooiste compositie saai. Gelukkig veranderd het licht op het landschap letterlijk voortdurend, en is het dus een kwestie van het juiste moment afwachten of uitzoeken om het voor die foto beste resultaat te krijgen. Er zijn weliswaar technieken om licht te beïnvloeden, zoals polarisatie en het toepassen van grijsfilters, maar die laat ik hier voor het gemak even buiten beschouwing.
Overdag is de lucht, mits redelijk onbewolkt natuurlijk, verschillende stadia van blauw. Hoe verder je van de zon afkijkt, hoe donkerder dat blauw wordt. Hoewel mooi blauw niet lelijk is, juist aan de randen van een dag, de zonsopgang en -ondergang, kleurt de lucht in verschillende stadia en wordt het interessant. Terwijl de zon achter de horizon zakt, begint de lucht achter elkaar van geel naar rood en uiteindelijk naar een diepblauw te kleuren, met alle gradaties daartussen. Eventuele wolken beginnen mee te kleuren en naarmate de zon verder ondergaat worden de kleuren veel intenser, om uiteindelijk na zonsondergang steeds verder uit te doven. Deze periode, die ruwweg een uur voor zonsondergang begint en een half uur na zonsondergang ruwweg eindigt, wordt respectievelijk het Gouden en het Blauwe Uur genoemd.
Ditzelfde gebeurt ook elke ochtend, maar dan in omgekeerde volgorde. De sterren zullen verbleken en aan de oostelijke horizon zal de zwarte nacht net iets lichter gaan kleuren. Terwijl het moment nadert dat de zon boven de horizon uit gaat komen, begint de hemel van blauw naar rood te kleuren en zal, als de zon eenmaal opgekomen is, snel geel worden om daarna haar dagblauwe kleur aan te nemen. Ook hier gelden de termen Blauwe en Gouden Uur.
Gedurende het jaar verplaatst de zonnebaan over het land zich gestaag. Natuurlijk blijft de zon opkomen in het oosten en ondergaan in het westen, de relatieve kompasrichtingen veranderen alleen per dag. Dit betekent niet alleen dat de fysieke plaats waar de zon ondergaat, veranderd, maar ook dat de hoogte van de zonnebaan in de hemel veranderd. In het voorjaar en najaar zijn lichtintensiteiten dan ook heel anders dan in de winter, als de zon erg laag staat, of in de zomer als de zon midden op de hemel komt en de kleuren hard zijn. Een kalenderjaar biedt letterlijk een heel kleurenpallet aan de landschapsfotograaf.
Zo biedt de natuur niet alleen de seizoenswisselingen aan de landschapsfotograaf, met haar pracht en praal elk seizoensdeel, elke dag is een nieuwe dag qua kleur en intensiteit. Als daarbij ook nog invloed is van het weer, bij bewolking en regen is een zonsondergang immers nauwelijks tot niet waarneembaar, wordt meegerekend, is het aantal mogelijkheden letterlijk eindeloos. Dat maakt landschapsfotografie nou juist zo bijzonder!


Geef een reactie