Het menselijk gezichtsvermogen is een bijzonder staaltje natuurlijke techniek. De oogbol beschikt over diverse lenzen en diafragma’s, allemaal bij elkaar gepakt in de kleinst mogelijke bouw. Via de oogzenuw gaat alle ruwe informatie over het ontvangen licht naar de Visuele Cortex, een onderdeel van de hersenen verantwoordelijk voor onder andere het zicht, en wordt daar razendsnel omgezet naar sensorische informatie. Met de snelheid van het licht worden correctie instructies teruggestuurd naar de ooglenzen, die zich vervolgens aanpassen en weer een signaal terugsturen. Zo kan een menselijk oog, letterlijk en figuurlijk, in één oogopslag het gehele lichtspectrum van het beeld voor de ogen opnemen, analyseren en converteren naar het “beeld” wat wij “zien”.
Een camerasensor komt er in vergelijking met het menselijk oog schamel vanaf. Niet alleen is de camerasensor afhankelijk van het type lens dat ervoor zit, en waarbij zaken als diafragma en glaskwaliteit van belang zijn, maar camerasensoren zijn ook minder gevoelig dan het menselijk oog. De meeste sensoren kunnen maar tien stops (lichtintensiteiten) licht opvangen; daarbuiten is alles óf puur wit óf puur zwart. Dat is ook de reden waarom veel mensen een foto vaak flets of verkeerd belicht vinden als ze thuiskomen van bijvoorbeeld een vakantie. De foto komt niet overeen met de herinnering van de scene die ze toen zagen. Waar schaduwen en hooglichten door het menselijk oog worden gecorrigeerd, ziet een camerasensor slechts puur zwart of puur wit. Om hetzelfde beeld te kunnen produceren als het menselijk oog kan zien, zal een fotograaf dus technieken moeten toepassen om de scene goed, dat wil zeggen, zoals in de menselijke herinnering, te belichten.
Vaak constateer ik dat mensen problemen hebben met het “photoshoppen” van foto’s. Echter, om de foto een zo goed mogelijke weergave van de menselijke herinnering te laten zijn, is het noodzakelijk om methodes te gebruiken, tijdens en eventueel na het nemen van de foto, om zo het menselijk oog zo dicht mogelijk te benaderen. Ik kies er bijvoorbeeld voor om alleen de ruwe sensorinformatie van een opname op te slaan en naderhand digitaal te ontwikkelen, net zoals dit in het analoge tijdperk in de donkere kamer gebeurde. Tegelijkertijd gebruik ik bepaalde filters of andere technieken om een gedeelte van het eindresultaat al tijdens het fotograferen te bereiken. Het is echter net zo goed mogelijk om, gebruikmakend van de software in de camera, een kant-en-klare foto te (laten) produceren die alsnog zo dicht mogelijk de menselijke herinnering benaderd. Ikzelf vind dat het naderhand ontwikkelen meer mogelijkheden geeft het resultaat (zo goed mogelijk) te beïnvloeden, maar dat is mijn keuze.
Zo zijn we allemaal bezig de menselijke herinnering van licht, kleur en sfeer zo goed mogelijk te vangen in het beperkte doosje van een camerasensor. Zo maakt de fotograaf, zijn artistieke inzicht en technische kennis, absoluut het verschil tussen een gemiddelde en een geweldige foto.


Geef een reactie