Al sinds ik serieus met landschapsfotografie bezig ben, ben ik te vinden op de heuvels rond de Van Plettenbergweg tussen Wittem en Eys. Het is een prachtige locatie met uitzicht over het Geuldal richting Vijlen, Partij/Wittem en Gulpen. Ook zijn hier prachtige en unieke Italiaanse Populieren te vinden als een markante bezienswaardigheid. Aan de andere kant ligt Eys in het dal, en loopt het Miljoenenlijntje als attractie. Kortom, er is zoveel te zien hier.
Als je mijn portfolio bekijkt, dan zie je ook heel veel foto’s van deze omgeving terugkomen. Teveel misschien, zo dacht ik laatst toen ik een update uitvoerde. Kun je een locatie teveel fotograferen?
Een mooie locatie is goud waard; een mooie compositie geeft eindeloze mogelijkheden om te spelen met het steeds veranderende licht. Elke dag van het jaar is het licht anders, staat de zon anders en is er een ander weerbeeld, om nog maar te zwijgen van de verandering der seizoenen en daarmee de verandering van het landschap om je heen. Je kunt dus eindeloos een compositie herhalen en iedere keer met een andere foto naar huis komen.
Buiten het licht kun je ook de compositie veranderen. Elke locatie heeft potentieel tientallen mogelijke composities in zich, die ieder even goed werken. Het is aan het oog van de fotograaf deze composities te zien en vast te leggen. Wat dat betreft roepen veel fotografen dat je een goede locatie ook helemaal moet uitmelken, helemaal kapot moet fotograferen.
Het lijkt dus dat ik niet verkeerd bezig ben. Echter, het portfolio moet wel in balans zijn. Er moeten niet teveel dezelfde foto’s in gaan zitten, hoezeer het licht of de seizoenen ook verschillen iedere keer. In dat licht begint mijn portfolio misschien was te eenzijdig te worden en wordt het zeker tijd ook andere locaties te gaan gebruiken en verkennen om meer balans in mijn portfolio te brengen.
Maar het is zo’n mooie en bijzondere plek, dus ik ben bang dat mijn omzwervingen me er toch nog stiekem vaak heen gaan brengen…

