
Gastblogger Vincent neemt ons in zijn nieuwe blog mee naar een aantal tinten grijs!
Een goed belichte foto.. het blijft een kunst op zich. Een interessant belichte foto.. is weer iets totaal anders. Neem bovenstaande foto. Het was een zonnige dag en de diafragma waarde was f16. Met een filmrolletje van ISO 100 is voor de logische sluitertijd 1/125ste gekozen.
Maar waarom zijn foto’s die in vol daglicht genomen dan vaak eentonig van kleur en deze niet? Voordat ik deze vraag beantwoord; eerste een stukje theorie over het zone systeem en het dynamische bereik van de camera.

Het zone systeem verdeelt de kleuren tussen puur wit en puur zwart in 10 zones. Elke zone is een stop lichter dan de vorige. In het midden is zone 5. Ook bekend als 18% grijs, de waarde die de camera standaard instelt. (zie figuur hieronder)
Dit betekent natuurlijk niet dat een film maar 10 tinten grijs kan waarnemen. In tegendeel. Zie het meer als containertjes waar ongeveer gelijksoortige tinten grijs binnen vallen.
Het moet daarbij gezegd worden dat 35mm camera’s ongeveer een dynamisch bereik hebben van 5 stops. En dus dit bereik van 10 zones niet aankan. Deze film kan zone 3 t/m 8 aan. Alles daar boven is al gauw wit of zwart. Toch is het de uitdaging om je hele dynamische bereik te gebruiken voor een foto. Want een foto die blijft hangen in de grijs waardes van zone 5 kent geen of nauwelijks contrast. In moderne camera’s kun je dit met je histogram controleren. Als de histogram van links tot rechts gevuld is, dan heb je een contrastrijke foto. Zie je slechts een piek, dan weet je genoeg.
Echter… een analoge camera heeft geen histogram. En nog een eye-opener: ook het schermpje ontbreekt waarop je kunt controleren hoe de foto is geworden. Vandaar dat je de foto en zijn histogram VOORAF moet inschatten. Visualiseren noemde Ansel Adams dit. En visualiseren is binnen de analoge fotografie zeer belangrijk: je hebt gewoon niets anders.
Leuk en aardig dit “visualiseren” maar een fotocamera verschilt op twee manieren van het menselijk oog:
- Het oog heeft een veel groter dynamisch bereik. (ongeveer 30!!) Dus details die wij zien in de schaduwen en hoog lichten gaan in een foto verloren.
- We kijken niet in zwart wit, maar in kleur.
De stap die ik met deze foto maakte was dat ik in staat bleek het dynamisch bereik juist in te schatten aan de hand van de waargenomen KLEUREN. En dat deed ik met de tabel hiernaast.
Terug naar de begin foto. Ik zag rechts een groene haag (zone V) en links een donkergroene den (zone IV). Het was herfst en de achterliggende bomen hadden een geel bladerdek (zone VI) Het felle zonlicht scheen op het pad en de natte bladeren lichtte helder geel op. (Zone VII). Zelfs bij de licht grijze boerderij zie je nog doortekening.
Alleen de boom links had ik verkeerd ingeschat die raakte onderbelicht. Maar dat was niet erg. Aangezien deze niet essentieel was voor de foto.
Oefen maar eens met “visualiseren” van foto’s. Loop eens naar buiten stel je belichting juist in (zonnige 16 regel) en kijk of je zones in het landschap kunt herkennen. Benoem de zones en oefen vooral op het herkennen van zone V. Als je deze goed kunt inschatten kun de spotmeter van je camera goed ijken. neem daarna de foto. Klopte je inschatting van de zones? En zijn jou zwart wit foto’s nu inderdaad ook minder grijs worden?
Veel succes met de oefeningen. En laat me maar weten via een comment of het is gelukt.
In de volgende blog mijn “ontdekking” hoe je het dynamische bereik van je 35mm camera kunt “oprekken”.

