
Afgelopen juli zat ik in een schuilhut in de Belgische Ardennen te wachten op de hoofdgast de Das. Al eerder schreef ik over dit prachtige dier en de vele Bosmuizen die rondscharrelden voor de hut. Maar niet alleen Bosmuizen waren actief als voorgerecht voor de Das, deze jonge Vlaamse Gaai (Garrulus Glandarius) deed zich enthousiast als een grote schrokop tegoed aan de gestrooide noten voor de Dassenhut van Landschap VZW. Met soms wel vijf tegelijkertijd schoof hij of zij deze naar binnen. Het avondlicht was mooi en het was wachten op het juiste moment. Lang hoefde ik niet te wachten op dit beeld.
Op veel plaatsen wordt de Vlaamse Gaai ook wel “meerkol” genoemd. Deze betekenis komt van Marcolf, een mythische grappenmaker uit de Middeleeuwse sage Salomon ende Marculphus. In een vogel die andere vogels nabootst zag men ook een lolbroek. De naam (Vlaamse) gaai komt vermoedelijk van het Picardische Gai en het latere officiële Franse Geai. Voor de oorsprong van Vlaamse in Vlaamse gaai bestaan er meerdere theorieën. Een mogelijkheid komt uit het Frans gai flammant. De gaai met de flamende kleuren die vertaald werd als Vlaamse gaai. De andere mogelijkheid is dat de Vlaamse ornithologen in een ver verleden sneller de naam gaven omdat deze vooral in de buurt van eiken en beuken leven. Deze bomen komen veel in Vlaanderen voor.
In ieder geval was dit jonge exemplaar, met de laatste kuikenveren nog op zijn markante kop, als een grote schrokop een mooie en leuke aanvulling op deze nu al prachtige avond!
Deze foto is ook te vinden in de Beeldbank en in het portfolio “Dieren in het Landschap“.
Canon 5D Mk. III, Sigma 150-600 DG OS HSM @ 361mm, 1/125, f/5.6, ISO 2500, handheld en beanbag

