Afgelopen augustus mocht ik samen met een natuurgids op jacht naar de Bever. Er was geen garantie te geven, maar die avond waren de omstandigheden gunstig, aldus de gids. We hadden ook prachtig weer, het was zelfs erg warm, maar de omgeving was zeer schaduwrijk. Niet lang na aankomst hoorden we al de eerste geluiden, maar behalve knaaggeluiden lieten deze markante dieren zich nog niet zien. Tweemaal zwommen ze langs, maar helaas kwamen ze niet aan land op de plek waar de gids had gehoopt dat ze zouden komen.
Later op de avond hoorden we ook piepgeluiden die er op duidden dat de volwassen dieren communiceerden met een jong. Heel bijzonder om te horen, maar lastig om te zien. Tweemaal ging ik al sluipend door het struikgewas op zoek naar een beter standpunt en hoewel ik eenmaal een Bever in vol ornaat zag knagen aan een boom was er teveel begroeiing tussen hem en mij om een goed beeld te krijgen.
De bever (Castor fiber) is een aquatisch knaagdier dat voorkomt in Europa en Noord-Azië. Het is het grootste knaagdier van Europa en een van de grootste knaagdieren ter wereld. Bevers leven in kleine familiegroepen in de buurt van water. Meestal leven er zo’n vijf of zes bevers in een groep, bestaande uit een volwassen paartje en hun jongen van de twee laatste worpen. Jongen blijven zo’n twee jaar in een familiegroep, waarna ze hun eigen territorium gaan zoeken. De bever is een dagdier, maar in gebieden waarin hij regelmatig verstoord wordt is hij hoofdzakelijk ’s nachts actief. In onverstoorde gebieden laat hij zich voornamelijk ’s ochtends zien. Bevers zijn goede zwemmers. Ze kunnen tot vijftien minuten onder water blijven, maar een duik duurt meestal vijf à zes minuten.
De soort leeft in Nederland in een aantal zich goed ontwikkelende populaties die qua leefgebied naar elkaar toegroeien. Nadat de bever sinds 1826 niet meer was gezien, vonden in 1988 herintroducties plaats in de Biesbosch en de Gelderse Poort. In 2002 werd de bever uitgezet langs de Maas en in 2008 in Drenthe en Groningen. Ook in Flevoland en langs de IJssel hebben zich sindsdien bevers gevestigd. Anno 2016 vindt de provincie Limburg dat daar te veel bevers zijn en wordt het dier beschouwd als een potentiële bedreiging voor dijken. Desondanks wordt er “bevermanagement” ingezet om dit dier, wat nog steeds op de rode lijst staat, op gevaarlijke plekken weg te halen en op andere locaties weer los te laten.
Ondanks het feit dat de gehoopte landing van dit prachtige dier voor mijn neus niet gerealiseerd werd, vond ik het bijzonder dit bedreigde dier in het echt te zien langs zwemmen. Bevers zijn nieuwsgierige wezens en ondanks het feit dat ze niet in de buurt kwamen, hielden ze ons wel degelijk in de gaten!
Alle beelden zijn gemaakt op 600 mm met de Sigma 150-600 Contemporary lens. Vanwege de snel veranderende situatie werkte ik uit de hand op ISO waarden tussen de 5.000 en 8.000 en 1/125 om trilling tot een minimum te beperken. Ondanks de minimale sluitertijd waren de foto’s wel scherp, mede ook omdat de camera-lens combinatie voor mij erg goed in de hand ligt. Zodoende heb ik een hele bijzondere avond meegemaakt, niet in de laatste plaats door de IJsvogel als gastoptreden voor dit bijzondere dier!


